Wie van een semi opera een opera wil maken heeft aan straffe beelden niet genoeg Dat ondervonden de makers van Belshazzar.
Directeur Bernard Foccroulle zet er vaart achter het Festival van Aix en Provence was deze week al aan zijn vijfde opera première toe Belshazzar is een coproductie met Berlijn Toulouse en Innsbruck het zomerfestival van dirigent René Jacobs. De voorstelling ging uit van een experiment. De oratoria met bij belse onderwerpen die Handel in de achttiende eeuw aan de lopende band schreef voor het Britse publiek waren bedoeld voor de concertzaal. Hoogstens was een passend decor op zijn plaats voor de spectaculaire opeenvolging van maria's, verhalende recitatieven en eclatante koorpartijen. Maar Foccroulle en zijn team vonden de dramatische en de politieke lading van Belshazzar sterk genoeg om een enscenering te rechtvaardigen. Het stuk, geïnspireerd op een profetie uit het oudtestamentische boek Daniel gaat, onder meer over de gevolgen van respectloze omgang met andermans godsdienst. De Duitse regisseur Christoph Nel koos voor kleur en verlevendiging, maar komt uit bij een hyperactieve voorstelling.Vertwijfeld gaat hij op zoek naar treffende tableaus. Hij goochelt
met strijklicht, slagschaduwen en volgspots. Zijn Babylonisch paleis telt vier verdiepingen. Ze moeten met alpinistische behendigheid afgedaald en beklommen worden. Het Rias Kammerchor staat in deel twee haast continu op de scène. Vooral vocaal levert het koor een unieke prestatie. Afwisselend worden leed en triomf van drie verschillende volkeren opgeroepen. Handel schreef er bedwelmend mooie koorpartijen voor, maar het opzetten van een hoofddeksel of het vertwijfeld in de lucht steken van beide armen kunnen de verscheurende gevoelens op toneel met voelbaar maken. Gewapend met zijn twee attribu
in ten - een strijdbijl en een kroon kan de vorm van een kachelbuis - kan koning Belshazzar weinig anders zijn dan een held van het potsierlijke type. Zijn noblesse zou van een gestileerde choreografie moeten komen maar, daar is Kenneth Tarver een iets te bleke acteur voor. Voor de barokke hoogstandjes leek hij bij de première ook onvoldoende krachtig van stem. Veel beter deden het de andere solisten: Rosemary Joshua (ooit een imponerende La Calisto in de Munt), Kristina Hammarström en de ontdekking van de avond, de Noord Amerikaanse contratenor Bejun Mehta.
Allen zijn ze gekneed en klaargestoomd in de school van René Jacobs, die met Belshazzar stuntwerk leverde. Hij voerde dit oratorium eerder al concertant uit en kent het door en door Met de Akademie für Alte Musik Berlm bracht Jacobs een scherp uitgesneden Händel, met zorg en raffinement gedirigeerd. Jacobs is bovendien een echte theaterman, met gevoel voor timing en drama.
Een troost is dat dit werk in identieke bezetting op cd verschijnt bij Harmonia Mundi.
Een andere troost voor wie van sterk operatheater houdt: Jacobs zien we volgend seizoen alweer terug in de Munt, met een reprise van de barokke kijkdoos La Calisto.